De geschiedenis van carnaval in Vilvoorde

Naar de etymologie van het woord carnaval moet gegist worden.Voor de hand liggend zijn de verklaringen als zou carnaval afgeleid zijn van het Latijnse carne vale (vlees vaarwel) of van came levare (wegnemen van het vlees tijdens de vastentijd).Vroeger at de gewone bevolking al niet veel vlees, zodat men liefst opteert voor de verklaring Carrus Navalis, de scheepskar, die regelmatig in de optochten voorkwam en uit de golven van de geschiedenis opduikt. In onze gemechaniseerde maatschappij met haar materialistisch-economische opvatting zijn al vele oude tradities en volksfeesten verdwenen. Spijtig gevolg is dat ons gemeenschapsleven terdege verarmt. Carnaval is een kalenderfeest dat ons de diepe lagen van een levende volkscultuur toont.Waarom vieren we carnaval? Dit feest der zotten is de drie­of vierdaagse viering van Vastenavond. Dit is veertig dagen voor Pasen, praktisch gezien op zijn vroegst op 2 februari en op zijn laatst op 8 maart.Waar de traditie van verkleden en feesten vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Het enige dat men weet is dat het een hardnekkig heidens gebruik was. Er is namelijk een theorie dat het feest van de Oude Grieken afkomstig zou zijn. Zij vierden eind februari een driedaags feest ter ere van de wijngod Dionysus of Bacchus. De Christelijke Kerk verbond dit feest aan Vastenavond. Sommige folkloristen menen dat de Brusselaars de eerste carnavalsvierders in ons land waren. De leider van de feestelijkheden, vereerd als een koning van een narrenrijk, werd toen al in Brabant als Prins Carnaval betiteld. Gelukkig zijn er nog pioniers en verenigingen die het hart op de juiste plaats dragen: eind 1969 besliste een kleine groep mensen het carnaval in onze stad met bescheiden middelen te lagen herleven door de stichting van een "Heksenclub"

Op 10 februari 1970, de Vette Dinsdag, vormde het lawaai van een vliegende heks op de Grote Markt, de heksenfurie aan de toenrrialige Overdekte Markt en de miss-carnavalverkiezing het middelpunt van het carnavalgebeuren.Toen contacteerde Emiel Scheins, lid van het S.B.H.N.T., twee initiatiefnemers (Sonia Bonaventure en Josse Ceulemans) en twee sponsors (reisagentschap Avac en het lokale weekblad Uw Annoncenblad). Door deze als kern op te nemen in het Syndicaat ter Bevordering van Handel, Nijverheid en Toerisme onder de benaming Fereka, d.i. Feestrealisatie karnaval, kon carnavalviering op gestructureerde manier op touw gezet worden. Daarna verkende E. Scheins en zijn ploeg de carnavaleske paden en Carnaval-Vilvoorde kreeg meteen de nodige impulsen voor een opmerkelijke ontwikkeling door het ontstaan van talrijke groepen die deelnamen aan de stoet, al dan niet met praalwagen. De belangrijkste aandachtspunten van de organisators van het Vilvoordse carnaval zijn:

de stoet op Vette dinsdagavond dient voornamelijk gevormd te worden door Vilvoordenaars,verkleed uiteraard

- naast leute en plezier in carnavalssfeer, de liefdadigheid op daadwerkelijke manier beoefenen door o.m. in te springen op feesten voor gehandicapten, in ziekenhuizen,...

uitbreiding van de festiviteiten in voorafgaand weekeinde

Dankzij onophoudend werk van een groep doorzetters werd in 1973 de Orde der Pjeirefretters gesticht en erkende de provincie Brabant Vilvoorde later als carnavalstad.

Erelijst der prinsen (van 1971-1981): 1971 Pierre I (Pierre Jacobs; Tony I (Tony Vandenberghe); Francois I (Francois Lauwers); Georges I (Georges Van Capellen); Francois II (Francois Leemans); Jan I (Jean Herbosch); Marcel I (Marcel Bonnevalle); Lowie I (Louis Thaels); Poliet I (Hippolyte Van Buggenhout); Francois III (Francois Van Gayer) ;Wilfried I (Wilfried Van Campenhout

 

Teksten komen integraal van het boek van Adelijn Calderon Vilvoorde III