CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1
Was Lomme Driessens niet de beste ploegleider in de historie van de wielersport, dan was de Belg die op 94-jarige leeftijd overleed, toch zeker de meest kleurrijke. Hij nam de grootste wielertalenten in zijn armen en begeleidde hen nauwgezet en met vaderlijke liefde naar wereldtitels, overwinningen in klassiekers, de Tour de France en de Giro d’Italia. ‘Lomme’ was daarbij een man van theater en dramatiek, van grote woorden en beloften.


Driessens bazuinde graag rond dat hij ploegleider was van Fausto Coppi, Charly Gaul, Hugo Koblet, Rik van Looy, Eddy Merckx, Theo Middelkamp, Wim van Est, Peter Post, Roger de Vlaeminck en Freddy Maertens. Onder zijn leiding werden zeven wereldtitels, zes Rondes van Frankrijk, zeven Rondes van Italië en ruim veertig klassiekers door deze renners gewonnen. Wanneer zijn renners niet louter op basis van talent konden winnen vond hij wel een geslepen manier om de koers naar zijn hand te zetten. Renners, ploegleiders, organisatoren, wedstrijdcommissarissen en sponsoren legden zich met een glimlach bij zijn handelwijzen neer. Guillaume zoals Lomme eigenlijk heette – was de man van de overtuigingskracht. Toen hij eind jaren zestig in een aardappelfabriek in Noord-Holland werd rondgeleid door een nieuwe sponsor voor zijn wielerploeg, Smith, riep de Belg met veel gevoel voor theater in de fabriekshal. "Meneer de directeur, ’t gaat hier rap te klein zijn".


Driessens (geboren Vilvoorde, 4 mei 1912) deed alles voor zijn coureurs. Persoonlijke verrijking over de rug van zijn kampioenen was hem vreemd. Tijdens een urenlang interview in Vilvoorde medio jaren tachtig zei hij: "Ik heb nooit naar geld gezien. Ik heb in mijn leven 1.500 of 1.600 mensen aan werk geholpen zonder dat die ‘dank u’ hebben gezegd. Coureurs zijn simpele jongens." Toen hij zich eind jaren tachtig terugtrok uit het peloton en zijn echtgenote Maria, getroffen door een beroerte, vijf jaar in het ziekenhuis verbleef, gingen zijn laatste spaarcenten eraan.

Hij kon zijn renners opzwepen tot het uiterste. Maar het Driessens effect vertoonde al snel slijtageverschijnselen. Eddy Merckx had hem nodig als pr-man en manager, maar als ploegleider was ‘de grootste aller tijden’ voor hem niets waard. Slechts een commedia dell’arte-figuur. "Al dat gezwets, al dat kabaal. Het was allemaal bellen blazen. Hij naaide mensen een oor aan waar ze bij stonden."


Legendarisch is de Ronde van Vlaanderen van 1969. Op zeventig(!) kilometer van de finish, zette Merckx een solo in. Driessens kwam met zijn ploegleidersauto langzij en riep: „Zijt ge helemaal zot geworden!” Merckx hoorde het gebries van de zwaar gesticulerende ploegleider aan en antwoordde: „Kust gij een beetje mijn kloten.” Merckx ging door en won de Ronde van Vlaanderen met grote voorsprong. Na afloop verklaarde Driessens: „We hebben het weer afgebracht. Dat hebben we weer goed gezien.” Merckx, die door zijn talent geen ploegleiders nodig had, werd er kwaad om. De relatie duurde drie jaar.
Met Freddy Maertens had hij daarentegen een vader-zoon-relatie. Maertens nam alle adviezen van Driessens, die zelf geen kinderen had, serieus. Driessens zei hem wat hij moest eten, wanneer en hoe. Maertens keerde hem de rug toe en ging tot groot verdriet van Lomme met ploegleider Fred Debruyne in zee. Maar Maertens besloot zich in zijn nadagen toch weer tot zijn ‘wielervader’ te wenden. Waarna Maertens voor de tweede maal wereldkampioen werd. Ook de relatie met Fausto Coppi en Charly Gaul (vijf jaar), en met Rik van Looy (tien jaar) was hecht en resulteerde in wereldtitels, klassiekeroverwinningen en zeges in Tour en Giro.


Vrouwen hield hij verre van zijn renners. „Vrouwen moeten een goede pasta kunnen koken’’, zei Driessens. En vaak wendde hij zich tot de vrouw van zijn kampioen om uit te leggen hoe zij haar man moest koesteren. Driessens waakte als een kloek over zijn kuikens, hij bemoeide zich met het privéleven van zijn renners.
Zelf was Lomme Driessens een bescheiden wielrenner geweest. Hij werd masseur, voor atleten, voetballers en wielrenners. Daar had hij een talent voor, dankzij zijn zorgzame inborst. Eerst werd hij masseur en verzorger van Fausto Coppi. Eind jaren veertig werd hij gevraagd masseur te worden van de Franse fietsenfabrikant Garin. Vervolgens werd hij er ploegleider. Daar ontwikkelde hij de kunst van de koers lezen, waar vele renners in bijna veertig jaar van hebben geprofiteerd. In een interview media jaren tachtig verklaarde hij zijn methode als volgt: "Ge kunt van mij geen koers kopen die ik kan winnen. Voor geen geld. Ik verkoop wel een koers die ik niet kan winnen. Dát is de kunst."


Vorig jaar werd een borstbeeld van hem onthuld. Eddy Merckx, Rik van Looy, Roger de Vlaeminck en Freddy Maertens waren erbij. Lomme Driessens straalde, want door de aanwezigheid van deze mannen kon hij weer met recht zeggen dat hij "met alle grote coureurs heeft gewerkt’".
Ploegen (voornaamste renners)

1947-53 Garin (Middelkamp, Ockers, Wagtmans)

1954 Touring-Pirelli (Van Looy)

1955 Van Hauwaert-Maes (Van Looy)

1956-62 Faema (Schotte, Van Looy, Impanis)

1963 GBC-Libertas (Van Looy)

1964-65 Flandria-Romeo (Foré, Post)

1966-68 Romemo-Smiths (Walter Planckaert)

1969-70 Faema (Merckx, Sercu)

1972-75 teams rond De Vlaeminck en Leman

1976-77 Flandria (Maertens, Kelly)

1979-83 Boule d'Or (Maertens, Sergeant)

1984 Kwantum Hallen-Yoko (Raas, Kuiper, Van der Poel)


- 2013: Krijgt de titel van Ere-Voorzitter van K.T. De Violier Vilvoorde