CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1 CSS Templates 1

Monnikenhof

 

"Monnikhof", voormalige cijnshoeve en refugie van de abdij van Ter Kameren. Poortgebouw en woonhuis beschermd als monument, de omgeving als stadsgezicht bij BVE van 15/12/1982


Volgens literatuurbronnen klimt de oorsprong van dit hof op tot het Merovingische koninklijk domein, waaruit later Vilvoorde ontstond, zie gemeente-inleiding. In de vijftiende eeuw werd het hof omschreven als "Item een huys metten scueren, stallen, duyfhuyse ende boemgaerden, geheeten d MUENICKHOF, gelegen binnen der stadt van Vilvoerden, bijder kercken...". Voortgaande op het jaartal boven de ingangspoort zou het huidige ensemble dateren van 1751; volgens een staat van goederen van 1753 werd het toen gebouwd ter vervanging van een oude stenen schuur gedekt met leien en pannen, een klein huis en een lemen stal. Nadat het goed tijdens de Franse Revolutie was verkocht, werd het in het laatste kwart van de negentiende eeuw ingericht als brouwerij door Jean-Baptist Nowé, functie die behouden bleef tot 1954. Eind jaren 1990 naar ontwerp van architect Dirk J. Engels gerestaureerd in opdracht van de huidige eigenaars; tijdens deze werken werd onder meer de vroegere dakbekleding vervangen door kunstleien, behalve bij de schuur waar nog gedeeltelijk Vlaamse pannen behouden bleven. Ook het interieur werd grondig verbouwd.

Oorspronkelijk ommuurd, thans achterin gelegen, L-vormig complex, geprangd tussen twintigste-eeuwse flatgebouwen en toegankelijk via een poorttoren met ijzeren hek, die uitgeeft op een gekasseide binnenplaats met woning ten noorden en schuur ten oosten. De oorspronkelijke, zandstenen omheiningsmuur, geritmeerd door steunberen, bleef gedeeltelijk bewaard en werd deels heropgebouwd. Als bouwmateriaal werd voornamelijk gebruik gemaakt van de lokale zandsteen, sporadisch aangevuld met (latere) baksteen.

Aan de straat bleven resten bewaard van geringde, arduinen hekkenpijlers die, zoals blijkt uit oude foto's, oorspronkelijk bekroond waren met siervazen; verderop de verankerde, vierkante poorttoren onder tentdak met recent dakvlakvenster aan binnenplaatszijde; de korfboogdoorgang met bakstenen tongewelf heeft aan de straatzijde een zandstenen omlijsting met imposten en sluitsteen waarop thans het jaartal 1751 staat, volgens oudere gegevens stond er voor de restauratie 1754. Hogerop aan beide zijden een kloosterkozijn onder bakstenen ontlastingsboogje, opnieuw ingebracht bij de jongste restauratie, toen blijkbaar ook de oorspronkelijke steigergaten werden gedicht en de verweerde zandsteen werd bijgewerkt met restauratiemortel. Aanbouwsel rechts als overblijfsel van een voorheen grotere constructie, zie oude foto's en jonger metselwerk van de zuidgevel; naderhand verhoogd, zie de bouwnaad, het verschil in bouwmateriaal en de aanwezige muurvlechtingen; korfboogpoortje met vernieuwde houten deur en flankerend kloosterkozijn links. Ten noorden ligt de woning van zeven traveeën en één bouwlaag onder afgewolfd zadeldak met recente dakvlakvensters, door jaarankers gedateerd 1753. De zandstenen zijgevels zijn afgewerkt met bakstenen vlechtingen; de voormalige kruiskozijnen, voorzien van geprofileerde dagkanten, vernieuwde arduinen dorpels en een bakstenen ontlastingsboog, kregen alle nieuw schrijnwerk. Rechthoekige deur onder vernieuwde houten latei. Grondig gerenoveerd interieur met gedeeltelijk bewaarde, deels gerestaureerde balkenstructuur van moer- en kinderbalken en gebint; deels hergebruikte vloertegels en een gerecupereerde schouw, aangevuld met nieuwe elementen. De kelder vertoont een complexe structuur met tongewelven en meerdere bouwnaden, onder meer gemarkeerd door verschillend materiaalgebruik.

Verankerde achttiende-eeuwse langsschuur van vier traveeën onder afgewolfd zadeldak, licht overkragend op daklijstbalkjes; ook hier werden de steigergaten gedicht bij de laatste restauratie. Kopgevels afgewerkt met zandstenen vlechtingen. Deels gedichte rondboogpoort in arduinen omlijsting met steenkappertekens verwijzend naar M. Paternotte, tweede helft van de achttiende eeuw. Inwendig werd de schuur aangepast door het inbrengen van een tussenvloer met troggewelven, dit omwille van de latere functie als autobergplaats; bewaard gebint met telmerken en pen- en gatverbindingen.

Tussen de woning en de schuur ligt het voormalige wagenhuis van drie traveeën en anderhalve bouwlaag onder links afgewolfd zadeldak, deels verbouwd tot appartement; de begane grond wordt gemarkeerd door een gedeeltelijk gedichte rondboogarcade, rechts is er een doorgang met troggewelven naar achterliggende garages. Rechthoekige muuropeningen op de bovenverdieping, alle voorzien van nieuw schrijnwerk.

Inwendig bleef de oorspronkelijke houtstructuur gedeeltelijk bewaard, evenals het gebint; op de begane grond zijn er bakstenen troggewelven tussen ijzeren I-profielen, wijzend op verbouwingswerken op het einde van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw.