Klik op de kleine foto om verder of terug te gaan

Gasthuiskapel

In 1236 wordt van het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis voor het eerst melding gemaakt in een geschreven document. Via de bisschop van Kamerrijk wordt een bedienaar voor de eredienst gevraagd aan de Paus. Deze vermelding impliceert dat er destijds al een kapel moet zijn geweest, waarschijnlijk op een andere plaats – ongeveer op de plaats waar vroeger de gasthuishoeve stond (nu serviceflats Poorthuis).
 Het exacte tijdstip van het begin van de bouwwerken van de huidige kapel is onzeker. Een document uit 1724 stelt dat op 3 mei 1692 de onderbisschop van Roermond het altaar van de kapel heeft ingewijd in opdracht van de aartsbisschop van Mechelen ter ere van Sint-Augustinus en Sint-Elisabeth. Omstreeks 1647-48 werd begonnen met de aanleg van de hoeve.

Waarom werd een nieuwe kapel gebouwd?De oorspronkelijke kapel werd zwaar beschadigd tijdens de Beeldenstorm (1578) en volledig geplunderd tijdens het Calvinistisch bestuur van Vilvoorde (1578-1586), net als het hele gasthuis. De Spanjaarden heroverden Vilvoorde in 1586.Hierop volgde een periode van moeizame restauratie van de hele site en teruggave van de oorspronkelijke eigendommen. Het Calvinistische bestuur had de Gasthuiszusters verdreven en al hun bezittingen aangeslagen en de meeste ervan verkocht.
De werkzaamheden aan de nieuwe kapel moeten ook aanzienlijke vertraging hebben opgelopen wegens het uitblijven van investeringen, omdat op de toenmalige kerkleiding voorrang gaf aan hun contrareformatorische opdrachten en omdat het Spaanse bewind op de eerste plaats geld nodig had voor de militaire mobilisatie tegen de Franse expansiepolitiek. De werkzaamheden aan de nieuwe kapel moeten ook aanzienlijke vertraging hebben opgelopen wegens het uitblijven van investeringen, omdat op de toenmalige kerkleiding voorrang gaf aan hun contrareformatorische opdrachten en omdat het Spaanse bewind op de eerste plaats geld nodig had voor de militaire mobilisatie tegen de Franse expansiepolitiek.
De oorspronkelijke, beschadigde kapel uit de 13de eeuw werd niet afgebroken, maar kreeg een andere bestemming binnen de gasthuishoeve. Maar wie bouwde ooit die kapel??  

Het document uit 1236 maakt melding van ‘broeders’ en ‘zusters’. De ‘broeders’ waren waarschijnlijk ridders van de Duitse Orde opgericht door Frederik Barbarossa : oud-kruisvaarders en/of hun verwanten en gevolg van tijdens de Derde Kruistocht (1189-1192).Hun ‘gasthuis’ was veel meer een herberg voor kruisvaarders op weg naar Jeruzalem. De Duitse Orde beschikte over een heel netwerk van dergelijke gasthuizen. De broeders hingen af van de Landscommanderij Alden Biezen die in 1220 door de Graaf van Loon aan de Duitse Orde werd geschonken.
De ‘zusters’ waren hoogstwaarschijnlijk kloosterlingen. In 1257 stelden ze hun statuten op volgens de leer van Sint-Augustinus in navolging van de gasthuiszusters te Lier. De beide gemeenschappen leefden wellicht naast elkaar. In 1265 komt er een officiële scheiding van de goederen. De ‘zusters’ eisen het gasthuis op; de ‘broeders’ krijgen de hoeve. Dit kan erop wijzen dat de aanwezigheid van de ‘zusters’ die van de ‘broeders’ voorafgaat. In de loop van de 13de eeuw verdwijnen de activiteiten van de Duitse Orde in Vilvoorde geleidelijk maar zeker.
Wanneer in 1238 Alden Biezen zijn rechten op het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis laat varen, ontstaat een belangrijke mate van onafhankelijk voor het gasthuis die zal duren tot aan het Franse Bewind in 1792.Stadsbestuur en dekenij van Vilvoorde hebben elk voor hun eigen redenen meermaals juridisch getracht vat te krijgen op het gasthuis, maar steeds vruchteloos. Het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis werd een heerlijkheid binnen de stadsmuren, vrij van belastingen.

Gegevens verstrekt door de heer Eric Claessens.