Onze-Lieve-Vrouwgasthuis

De Gasthuiszusters Augustinessen van Vilvoorde vormden een diocesane congregatie die vanaf 1257 de regel van Augustinus volgde. De zusters waren actief in de zieken- en bejaardenzorg.
De Gasthuiszusters Augustinessen van Vilvoorde ontstonden in de dertiende eeuw uit de gemeenschap van het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis in Vilvoorde. De exacte ontstaansgeschiedenis van deze instelling is niet bekend. Waarschijnlijk werd er in de jaren 1230, mogelijk door de Duitse Orde, te Vilvoorde een perlgrims- en gasthuis gesticht. Het gasthuis werd bediend door een semi-religieuze gemeenschap van broeders en zusters, die in 1257 haar eerste statuten kreeg. Hoewel de precieze datum van hun vertrek niet bekend is, waren de broeders van het gasthuis zeker tegen het einde van de dertiende eeuw uit de instelling verdwenen.
Door de eeuwen heen bleef het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis een kleinschalige instelling. De gasthuiszusters hielden het aantal bedden beperkt tot zeven, waarin ongeveer dubbel zoveel zieken terecht konden. Dat leidde tot onenigheid met het Vilvoordse stadsbestuur dat de zusters graag meer zieken en vooral meer pestleiders wilde zien verzorgen. De verzuurde relaties tussen de autonome zustercongregatie en de stad bleven een constante in de geschiedenis van de Vilvoordse gasthuiszusters. Pas in 1775 stemden de zusters er onder zware druk van het stadsbestuur uiteindelijk mee in om meer zieken te verzorgen.

 


© Vilvoorde anno

 

Op het einde van de achttiende eeuw maakte het Franse bewind een einde aan de onafhankelijkheid van het gasthuis dat nu een burgerlijk bestuur kreeg. De zusters bleven er werkzaam, maar hadden niet langer inspraak in het beleid. Het aantal zusters groeide intussen aan tot de nieuwe, door het bestuur opgelegde limiet van zestien zusters was bereikt. De Vilvoordse congregatie kon in een periode van religieus reveil echter rekenen op een grotere belangstelling van kandidaat-zusters. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw gingen ze dan ook op zoek naar eigen initiatieven om meer zusters te werk te kunnen stellen. Er diende zich slechts in 1891 een eerste mogelijkheid aan. Via de prelaat van de abdij van Grimbergen vernamen de zusters dat twee adelijke dames uit het dorp het plan hadden opgevat om er een godshuis voor ouderen te stichten. In augustus 1892 openden de gasthuiszusters van Vilvoorde in Grimbergen met financiële steun van de dames hun eerste eigen instelling: het Heilig-Hartrusthuis. Een tweede initiatief kwam er in april 1924. In de Gendarmeriestraat richtten de zusters de Sint-Jozefskliniek op. Al die tijd bleven de zusters ook in het gasthuis werkzaam.
Vanaf het midden van de jaren 1950 kwamen de gasthuiszusters van Vilvoorde stilaan in de problemen. In het laatste decennium waren er slechts drie postulanten ingetreden, terwijl het aantal zieken en ouderen in de instellingen van de zusters alsmaar toenam. Aan de vooravond van hun samensmelting met de Lierse zusters bestond de congregatie uit dertig zusters verspreid over drie gemeenschappen. Bovendien was ook de financiële situatie van de congregatie weinig rooskleurig. Om die redenen fusioneerde de congregatie op verzoek van de aartsbisschop van Mechelen in 1956 met de Lierse gasthuiszusters. De Vilvoordse zusters verloren hun autonomie maar bleven als drie lokale communauteiten in Vilvoorde en Grimbergen aanwezig. Ook hun activiteiten in de instellingen werden bestendigd.

egevens verstrekt door de heer Eric Claessens.
Kadaster Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Vilvoorde 1895/19 (moederhuis), 1866/51 (ouderlingentehuis).
WAUTERS A., Histoire des environs de Bruxelles, Boek 6-B, Heruitgave van de originele tekst van 1855, Brussel, 1972, p. 218-222