Klik op de kleine foto om verder of terug te gaan

Stationsplein

Heb er een paar foto's bijgevoeg van de verloedering van de perrons, zijn gewoon geen woorden voor....

Station in neo-Vlaamse-renaissancestijl, aan de oudste spoorlijn van het continent en zoals gebruikelijk gelegen buiten de stadsmuren. Opgericht in 1880-1883 ter vervanging van het oude, houten station van 1843 dat gelegen was in de Benoit Hanssenslaan, tussen de d’Aubreméstraat en de Leuvensestraat, zie Poppkaart van circa 1860.

Het station van Vilvoorde werd samen met de bermwand (zie Benoit Hanssensstraat), de trapkooi ter hoogte van het eerste perron en de centrale onderdoorgang als monument beschermd bij MB van één december 1999.

Van bij de aanvang nam de staat zelf de verantwoordelijkheid voor de aanleg van spoorlijnen en de exploitatie ervan; naderhand werden de lijnen in concessie gegeven aan particuliere maatschappijen, maar vanaf 1870 werden met uitzondering voor nieuwe lijnen geen concessies meer verleend. De stationsarchitectuur zal geleidelijk beantwoorden aan een standaardconcept volledig gericht op de functionaliteit, als dienstruimte en als woning voor de stationchef. De oudste stations opgericht door de staat sluiten qua vormgeving doorgaans aan bij het neoclassicisme, zoals ook het oude station van Vilvoorde dat volgens een litho bestond uit een gebouw met verhoogd middengedeelte onder driehoekig fronton, een bekroning die herhaald wordt in de flankerende haakse aanbouwsels.

Toen de stationsbuurt in het laatste kwart van de negentiende eeuw ontsloten werd door het bouwrijp maken van de gronden voor de aanleg van een nieuw woonkwartier werd beslist het oude station meer naar het zuidwesten te verplaatsen en de sporen te verhogen zodat het verkeer niet langer gehinderd werd door slagbomen. Ondertussen lieten zich ook andere, gangbare stijlinvloeden gelden in de stationsarchitectuur: het nieuwe station, opgetrokken in neo-Vlaamse-renaissancestijl, werd voorafgegaan door een rechthoekig plein en ontwikkelde zich tot het middelpunt van de nieuwe, residentiële wijk (zie d’Aubreméstraat). Op basis van stijlovereenkomsten schrijft H. De Bot het station van Vilvoorde toe aan Henri Fouquet die al in 1841 in dienst trad van de staatsspoorwegen, in 1879 werd hij bevorderd tot “architecte principal à titre personnel”. In het begin van de twintigste eeuw werden de sporen die zich tot dan op straatniveau bevonden, verhoogd. Uit deze periode dateren bijgevolg ook de bermwand, de onderdoorgang en de trapkooien.

In 2000-2001 werd de buitenkant van het station volledig gerestaureerd en het interieur vernieuwd. De tweede fase voorziet in de renovatie/restauratie van de keermuur achter het station, de onderdoorgang, de luifels en de wanden van de trapkooien naar ontwerp van architect Noël De Bondt.

Lang, bakstenen gebouw met verspringende gevelvlakken, in totaal veertien traveeën en één à twee bouwlagen onder gecombineerde leien schilddaken met verspreide dakkapelletjes. Typisch voor de neo-Vlaamse-renaissancestijl is de combinatie van lijst- en topgevels, evenals het contrasterende gebruik van natuursteen voor de sokkel, de muurbanden, hoek- en sluitstenen en de topaflijningen. Het centrale ingangsrisaliet vertoont in de top een uurwerk en het Vilvoordse stadswapen. Het linkse topgevelrisaliet draagt als jaartal 1883, verwijzend naar het jaar van ingebruikneming en aangebracht bij de jongste restauratie. Oorspronkelijk droeg het station als opschriften "POST EN TELEGRAAF" aan de linkerkant en “STATIE” aan de rechterkant. De eenvoudige, overwegend rechthoekige vensters en rondboogdeuren onder arduinen druiplijst werden bij de jongste restauratie voorzien van nieuw schrijnwerk. De achtergevel heeft een gelijkaardig uitzicht, maar werd bij de jongste restauratie voor een groot deel doorbroken voor een vlotte doorgang naar de perrons.

Interieur. Centraal ligt de rechthoekige lokettenzaal met lokettenkantoor en doorgang naar de tunnel die via trapkooien toegang geeft tot de perrons; links is er thans een buffetruimte evenals de sanitaire voorzieningen; rechts bevond zich oorspronkelijk de woning voor de stationschef, thans ingericht als dienstruimten. De fraaie overkappingen van de trapkooien en perrons, constructies van glas en metaal, dateren uit het begin van de twintigste eeuw en zijn representatief voor de toenmalige industriële toepassingen met lichte reminiscenties aan de art nouveau.

AROHM, ROHM Vlaams-Brabant, Monumenten en Landschappen, restauratiedossier.
DE BOT H., Stationsarchitectuur in België. Deel I. 1835-1914, Turnhout, 2002, p. 14, 22, 42-43, 45.
EGELS P., Open Monumentendag Vilvoorde 14 september 1997, Brochure, p. 35-36.
VERHEYDEN A., Het nieuwe kwartier te Vilvoorde, Jaarboek van de Heemkundige Kring Hertog Hendrik I te Vilvoorde, 1980-1981, p. 61-70