Kijk Uit

  "Kijk Uit", een merkwaardig geheel dat in kern zeker opklimt tot de zestiende eeuw, doch herhaaldelijk grondig werd verbouwd en gerestaureerd, onder meer in 1936. De oorspronkelijke bestemming werd tot op heden nog niet achterhaald: de literatuur maakt onder meer gewag van een watermolen, een uitkijktoren of een opslagplaats voor graanvoorraden in de nabijheid van de vroegere watermolens op de Woluwe, die oorspronkelijk achter in de tuin liep, doch thans volledig is overwelfd. Sinds het einde van de negentiende eeuw was het complex voornamelijk in gebruik als drankgelegenheid. Een algemene restauratie werd aangevat in het begin van de jaren 1980 naar ontwerp van architect X. Viérin; bij deze werken werden het dak en de torenhelm voorzien van een nieuwe bekleding, de zijtrapgevels gerestaureerd en de buitenmuren gedeeltelijk hervoegd; de latere interieuraankleding werd uitgebroken tot op de oorspronkelijke structuur; ook de nieuwe aanbouw achteraan dateert uit deze periode. De werken werden echter voortijdig beëindigd omwille van stabiliteitsproblemen en pas voortgezet op het einde van de jaren 1980 en in het begin jaren van de jaren 1990. Veelvuldige bouwsporen verwijzen naar een complexe bouwgeschiedenis, maar tot op heden werd nog geen grondig bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd. Het complex werd beschermd als monument bij KB van 16 oktober 1975.  
   

 

 
 

Verankerd breedhuis van twee bouwlagen in bak- en zandsteenstijl onder verspringende, vrij steile, leien bedaking tussen zijtrapgevels, in kern opklimmend tot de zestiende eeuw, doch onder meer verbouwd in de achttiende eeuw en "gerestaureerd" in 1936. Aan straatzijde gemarkeerd door een ten opzichte van de rooilijn sterk uitspringende, gevelhoge erker die uitloopt op drie getrapte dakvensters met gerestaureerde bolkozijnen; rechts ernaast een torenvormige trapkast van vier geledingen met kleine rechthoekige venstertjes, hogerop overgaand in een inspringende ronde bekroning onder leien helm, vaak geïnterpreteerd als uitkijkpost. De uiterst rechtse travee vertoont op de begane grond een doorgang in een arduinen schouderboogomlijsting, als resultaat van achttiende-eeuwse verbouwingswerken, zie ook het steenmerk op de neut rechts onderaan, verwijzend naar de steenkappersfamilie Van Reck, tweede helft zeventiende eeuw, eerste helft achttiende eeuw; deze poort verleent thans toegang tot de achterin gelegen protestantse kerk. In het zandstenen parement van de begane grond zijn de sporen van een vroegere rondboog, gelijk aan diegene die in de achtergevel bewaard bleef, nog zichtbaar; hogerop zitten twee eenvoudige rechthoekige vensters. Zandsteen werd voornamelijk aangewend voor de gedeeltelijk zeer hoge onderbouw, voor de hoekkettingen van de erker en de toren, voor de waterlijsten en voor een aantal fragmentarisch bewaarde omlijstingen van de gewijzigde vensters.

De voorheen gecementeerde achtergevel werd in de beginfase van de jongste restauratiecampagne ontdaan van zijn bepleistering en de gedichte muuropeningen werden opnieuw geopend. Het haakse aanbouwsel werd blijkbaar al in de jaren 1970 ontdaan van zijn cementlaag zoals blijkt uit oude foto’s; ook hier werden de vensters tijdens de restauratie opnieuw geopend. De resten van de zandstenen omlijstingen verwijzen naar voormalige kruis- en kloosterkozijnen.

De trapkast heeft op de begane grond een eenvoudig rondboogdeurtje dat toegang geeft tot een kleine hal met een tongewelf en een kruisribgewelf voorzien van een uitgewerkte sluitsteen en vernieuwde maskerkopconsoles; van hieruit vertrekt een wenteltrap met zandstenen spil. Het overigens sterk gerestaureerde interieur bewaart voornamelijk op de verdieping sporen van de oorspronkelijke balkenstructuur met een aantal moerbalken op sloffen en natuurstenen consooltjes; verder een gotische schouw met mazieren links en rechts.

Een protestantse kerk werd ondergebracht in een achterin gelegen constructie die op het kadaster werd geregistreerd in 1898 en oorspronkelijk was ingericht als feestzaal; in de jaren 1950 werd dit gedeelte volledig verbouwd en ingekort, zie de bouwsporen in de tuinmuur en de mutatieschetsen van het kadaster (1956), en omgevormd tot protestantse kerk genoemd naar William Tyndale (1494-1536), een Britse bijbelvertaler die in 1535 als ketter werd opgesloten in het toenmalige kasteel van Vilvoorde en veroordeeld werd tot de brandstapel. De Tyndale-kerk vindt haar oorsprong in de negentiende-eeuwse industrialisatie toen Britse inwijkelingen hun eigen anglicaanse kerken oprichtten, waaruit later protestantse gemeenten ontstonden. De kerkzaal, in gebruik genomen op 12 mei 1957, werd ondergebracht op de verdieping met links ernaast een ruimte die in 1986 werd ingericht als Tyndale-museum naar aanleiding van de 450ste verjaardag van diens berechting; ook de ruimte eronder maakt deel uit van het museum. De zaal met gietijzeren zuiltjes onder de kerkzaal doet thans dienst als ontmoetingsruimte. De gietijzeren zuiltjes zijn overblijfsels van de vroegere feestzaal, zoals blijkt uit oudere foto’s.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen, Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huivesting en Monumentenzorg Vlaams Brabant, Monumenten en Landschappen, beschermingsdossier.
  • Kadaster Vlaams Brabant, mutatieschetsen Vilvoorde 1898/14, 1956/10.
  • DE NIL L., William Tyndale, in Vlaams Brabant, tweemaandelijks tijdschrift, nummer 5, 1996, p. 14-19.
  • EGELS P., Open Monumentendag Vilvoorde 14 september 1997, Brochure, p. 20-22.
  • Infobrochure William Tyndale-Silo in Vilvoorde, Vilvoorde, s.d.
  • VAN BELLE J.L., Nouveau dictionnaire des signes lapidaires, Belgique et Nord de la France, Izegem, 1994, p. 59
 
 
 

Bron: 

Agentschap Onroerend Erfgoed 2015: Huis Kijk Uit. In Inventaris Onroerend Erfgoed. Opgehaald van https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/70440op .