Kerk Sint- Antonius van Padua

 

 

Kerk, thans toegewijd aan Sint-Wivina, en bijhorende pastorie (nummer 48), uit het begin van de jaren 1920, op het kadaster ingetekend in 1923.
De parochie Sint-Antonius van Padua werd opgericht in mei 1921 en officieel erkend op 1 januari 1924. De bouwwerken voor de kerk naar ontwerp van de Brusselse bouwkundige Veraart werden gestart op 24 februari 1922 en beëindigd op 1 augustus van hetzelfde jaar; de bouw van de pastorie werd aangevat in 1923. Haaks op de straat ingeplante zaalkerk, opgetrokken uit baksteen onder pannen zadeldak; rechthoekige plattegrond met schip van vijf traveeën en een halfronde koorsluiting; iets lager inkomportaal met vooruitgeschoven puntgevel gemarkeerd door overhoekse steunberen, een rondboogpoort en hogerop lichtgleuven met glastegels; opengewerkte klokkentoren als verhoging van de westgevel van het schip. Zijgevels geritmeerd door eenvoudige steunberen waartussen per vier gekoppelde rechthoekige venstertjes. Eenvoudig bepleisterd en beschilderd interieur, thans met centraal in het schip geplaatst altaar, het oorspronkelijke, halfcirkelvormig koor werd ingericht als weekkapel; marmeren doopvont en biechtstoelen uit de bouwperiode.
Gedeeltelijk aangepaste pastorie qua uitzicht aansluitend bij de kerk en de omringende bebouwing, en gemarkeerd door verspringende gevelvlakken, panelen met siermetselwerk en een eenvoudig rondboogdeurtje onder arduinen waterlijst met bolvormige bekroning.Kerk, thans toegewijd aan Sint-Wivina, en bijhorende pastorie (nummer 48), uit het begin van de jaren 1920, op het kadaster ingetekend in 1923.
De parochie Sint-Antonius van Padua werd opgericht in mei 1921 en officieel erkend op 1 januari 1924. De bouwwerken voor de kerk naar ontwerp van de Brusselse bouwkundige Veraart werden gestart op 24 februari 1922 en beëindigd op 1 augustus van hetzelfde jaar; de bouw van de pastorie werd aangevat in 1923. Haaks op de straat ingeplante zaalkerk, opgetrokken uit baksteen onder pannen zadeldak; rechthoekige plattegrond met schip van vijf traveeën en een halfronde koorsluiting; iets lager inkomportaal met vooruitgeschoven puntgevel gemarkeerd door overhoekse steunberen, een rondboogpoort en hogerop lichtgleuven met glastegels; opengewerkte klokkentoren als verhoging van de westgevel van het schip. Zijgevels geritmeerd door eenvoudige steunberen waartussen per vier gekoppelde rechthoekige venstertjes. Eenvoudig bepleisterd en beschilderd interieur, thans met centraal in het schip geplaatst altaar, het oorspronkelijke, halfcirkelvormig koor werd ingericht als weekkapel; marmeren doopvont en biechtstoelen uit de bouwperiode.
Gedeeltelijk aangepaste pastorie qua uitzicht aansluitend bij de kerk en de omringende bebouwing, en gemarkeerd door verspringende gevelvlakken, panelen met siermetselwerk en een eenvoudig rondboogdeurtje onder arduinen waterlijst met bolvormige bekroning.